| De larven
leven van en in allerlei rottend en gistend materiaal zoals mest,
groentes, afstervend hout, boomholtes gevuld met organisch afval, schors,
paddestoelen en zwammen, bladeren, wortelen, wondvocht van bomen en andere
vloeistoffen rijk aan organische bestanddelen. Adulten vooral in de zomer,
in bossen, graslanden, tuinen, enz. Ze zijn veelal te vinden in de buurt
van de larvale habitats, op bloemen, muren, boomstammen, bij wondvocht van
bomen en regelmatig op ramen, zowel binnen als buiten.
Haenni 1997c (Switzerland); Krivosheina
& Menzel 1998 (review, key to species); Michelsen 1999 (systematics;
Soli 1992 (Norway); Stackelberg 1989n (former USSR); CMPD: Krivosheina
1997c; CAT: Krivosheina 1986c.
|
The
larvae live in, and feed on, all sorts of rotting and decomposing material
like droppings, dung, vegatables, dying wood, cracks and fissures in trees
filled with organic matter, bark, bracket fungi and mishrooms, leaves,
roots, sap exuding from tree wounds and other liquids rich in organic
matter. The adults are encountered mainly in summer in woodland, meadows,
gardens, etc. They are found near the larval habitats, visiting flowers,
near sap exuding from tree wounds, and are regularly seen on windows, both
indoors and outside.
Haenni 1997c (Switzerland);
Krivosheina & Menzel 1998 (review, key to species); Michelsen 1999 (systematics;
Soli 1992 (Norway); Stackelberg 1989n (former USSR); CMPD: Krivosheina
1997c; CAT: Krivosheina 1986c.
|